Colemak vs Dvorak vs QWERTY: wat het bewijs zegt

Colemak en Dvorak verkleinen allebei de afstand die je vingers afleggen flink ten opzichte van QWERTY, maar er is geen goed bewijs dat een van beide een ervaren typist sneller maakt. Typisten die overstappen, klimmen meestal terug tot ongeveer hun oude snelheid en zeggen dat typen soepeler aanvoelt. Doen je handen pijn of voelt QWERTY onhandig, dan is een nieuwe indeling een redelijk experiment; wil je er 20 WPM bij, oefen dan op de indeling die je al hebt.

We hebben al vroeg emulatie van toetsenbordindelingen aan deze site toegevoegd: Colemak, Colemak-DH, Dvorak, Workman, BÉPO, AZERTY en QWERTZ, naast Amerikaans en Brits QWERTY. Mensen vroegen erom, en een indeling waarop je niet kunt testen, is een indeling die je niet kunt meten. Door de emulatie te bouwen moesten we goed kijken naar wat de indelingen veranderen en wat niet.

Wat de indelingen op papier veranderen

QWERTY stamt uit de jaren 1870 en is gevormd door de typemachines van die tijd, niet door een analyse van de handen. Dvorak (octrooi in 1936) en Colemak (uitgebracht in 2006) zijn allebei ontworpen op basis van letterfrequenties: zet de veelgebruikte letters onder rustende vingers, belast de pinken weinig en vermijd onhandige reeksen.

De belangrijkste maat is het gebruik van de thuisrij. Volgens de eigen analyse van het Colemak-project gebruikt Colemak de thuisrij 14% meer dan Dvorak en 122% meer dan QWERTY; met andere woorden, bij QWERTY gebeurt nog geen half zoveel van het typwerk op de thuisrij als bij Colemak. Volgens dezelfde analyse leggen vingers op Dvorak 10% meer afstand af dan op Colemak, en op QWERTY 102% meer, dus beide alternatieven halveren ongeveer de vingerafstand van QWERTY. Dat zijn de getallen van de ontwerper op het corpus van de ontwerper, en andere analyseprogramma's wegen vingers anders, maar over de richting is niemand het oneens.

Dan zijn er de bigrammen met dezelfde vinger, waarbij één vinger twee toetsen na elkaar moet aanslaan. QWERTY heeft er veel ("ed", "un", "ce"), en ze zijn traag omdat de vinger moet optillen en verplaatsen voor de tweede aanslag. De analyse van Colemak telt typen met dezelfde vinger als 60% vaker op Dvorak en 340% vaker op QWERTY dan op Colemak. Dvorak neemt er meer van op de koop toe in ruil voor strikt afwisselende handen: klinkers op de linkerthuisrij, veelgebruikte medeklinkers rechts.

De grootste typdataset die we kennen, gaat alleen over QWERTY, maar zegt toch iets over de discussie. De analyse van 136 miljoen toetsaanslagen door Dhakal et al. uit 2018 vond dat de timing van letterparen die met afwisselende handen worden getypt samenhing met de totale snelheid met r = -0,72, terwijl letterherhalingen maar met -0,32 samenhingen. Dvorak maximaliseert het afwisselen. Colemak geeft de voorkeur aan "rolls" met dezelfde hand op aangrenzende vingers, zoals "st" of "ne", vanuit de gedachte dat een roll nog sneller is. Beide kampen kunnen zich op die studie beroepen, en geen van beide kan de discussie ermee beslechten.

Is Dvorak sneller dan QWERTY?

Hier zijn de gegevens mager, en dat zeggen we liever dan dat we doen alsof.

Er bestaat geen grote, gecontroleerde studie die ervaren Dvorak- of Colemak-typisten vergelijkt met ervaren QWERTY-typisten. Het experiment van de Amerikaanse marine uit 1944 waar aanhangers van Dvorak naar verwijzen, werd uitgevoerd door August Dvorak zelf. De studie van de General Services Administration waar verdedigers van QWERTY naar verwijzen, werd in 1956 geleid door Earle Strong met ongeveer tien typisten per groep, en Strong stond publiekelijk bekend als tegenstander van nieuwe toetsenbordontwerpen. De economen Stan Liebowitz en Stephen Margolis zetten de geschiedenis in de jaren negentig op een rij en concludeerden dat de beter gedocumenteerde experimenten weinig tot geen voordeel voor Dvorak laten zien. Alles daarna bestaat uit eigen verklaringen en ranglijsten, en die zijn allebei zelfgeselecteerd: de mensen die hun Colemak-snelheden posten, zijn de mensen die bij Colemak zijn gebleven.

Het enige getal uit de studie van Strong dat het onthouden waard is, is de prijs. Volgens Liebowitz en Margolis hadden zijn tien omgeschoolde typisten "well over 25 days of four-hour-a-day training" nodig (ruim 25 dagen training van vier uur per dag) om hun oude QWERTY-snelheid weer te halen. Dat is meer dan 100 uur, en daarna gingen ze met verdere Dvorak-training langzamer vooruit dan de vergelijkbare QWERTY-groep met verdere QWERTY-training. De studie is klein en de auteur was niet neutraal, maar de inhaaltijd is het deel dat overstappers nog altijd herkennen.

Wat overstappers zelf steeds weer beschrijven, heeft dezelfde vorm: ervaren typisten halen hun oude snelheid in weken tot maanden weer terug, komen er dicht bij uit en zeggen dat typen soepeler aanvoelt.

We hebben nog niet genoeg eigen overstappers om daar iets aan toe te voegen, en we publiceren geen vergelijking op basis van een paar dozijn resultaten. Elke indeling hier houdt dezelfde statistieken per toets en per letterpaar bij, dus als de getallen er zijn, laten ze zien waar de tijd heen gaat, niet alleen het hoofdgetal.

Dus: comfort, waarschijnlijk wel; snelheid, niet echt. Is "het voelt soepeler" je een maand waard, dan is het een redelijke ruil.

Is Colemak het waard? De leercurve

Overstappen kost meer dan mensen verwachten.

Het gebruikelijke patroon in logboeken van overstappers is een scherpe daling in de eerste week, snelle winst in de weken daarna en een lange staart waarin de laatste 10 WPM langer duurt dan de eerste 50. Het Colemak-project zegt zelf dat de leertijd per persoon verschilt. Colemak geldt meestal als de makkelijkere overstap voor QWERTY-typisten, omdat er maar 17 toetsen verschuiven: Z, X, C en V blijven op hun plek, net als de meeste leestekentoetsen, behalve de puntkomma, die naar de plek van de P op QWERTY gaat. Dvorak verplaatst bijna alles, leestekens inbegrepen: de apostrof, komma en punt nemen de Q, W en E van QWERTY in, en de haakjes gaan naar de cijferrij.

De verborgen kosten zitten in elk ander toetsenbord: je laptop, de computer van een collega, de gedeelde terminal op het werk. Sommige mensen houden beide indelingen in hun vingers; velen merken dat hun QWERTY een tijdlang achteruitgaat. Typ je op computers waar je geen zeggenschap over hebt, dan telt dat zwaarder dan welk percentage voor de thuisrij ook.

Het verborgen voordeel, en daar zouden wij gewicht aan geven, is dat opnieuw leren je dwingt tot een juiste vingerzetting. Genoeg QWERTY-typisten op 50 WPM hebben gewoonten (wijsvinger op de "c", ringvinger op de "p") die hen afremmen. Een nieuwe indeling betekent elke toets opnieuw leren met de juiste vinger, en sommige verhalen over "Colemak maakte me sneller" gaan eigenlijk over "het goed leren maakte me sneller". Dat kun je op QWERTY goedkoper krijgen: onze oefeningen richten zich op de toetsen die je volgens je resultaten mist.

De varianten

Colemak-DH haalt de D en H uit de middelste kolommen, waar de wijsvingers naar binnen moeten strekken, en zet ze op de onderste rij, waar je ze bereikt door je vinger te krommen. Het is ontwikkeld door de Colemak-gemeenschap, bestaat in een ANSI- en een ISO-versie en is een populair vertrekpunt voor nieuwe leerlingen geworden. We leveren beide versies, omdat de extra toets op ISO-toetsenborden verandert waar de verplaatste toetsen terechtkomen.

Workman (2010) volgt de aanpak van Colemak en voegt een straf toe voor zijwaartse strekkingen van de wijsvinger. Volgens de eigen cijfers valt 6% van de aanslagen op de twee middelste kolommen, tegen 12% bij Colemak. Het verandert 21 tekens ten opzichte van QWERTY, en de puntkomma is daar een van: die gaat van de thuisrij naar de plek van de P op QWERTY. We hebben Workman; weinig mensen gebruiken het.

BÉPO is de Franse indeling in de geest van Dvorak, gebouwd op Franse letterfrequenties en opgenomen in de toetsenbordnorm van AFNOR uit 2019. AZERTY en QWERTZ zijn in deze zin geen alternatieve indelingen; het zijn regionale verwanten van QWERTY, en bij het emuleren ervan gaat het vooral om de letters met accenten en de leestekens neerzetten waar een Franse of Duitse typist ze verwacht.

Hoe de emulatie van indelingen hier werkt

De browser meldt de fysieke toets die je indrukte als toetscode (bijvoorbeeld KeyJ), ongeacht wat je besturingssysteem denkt dat die toets betekent. De emulatie koppelt die code aan het teken dat de gekozen indeling daar heeft, zodat je Colemak kunt oefenen op een QWERTY-toetsenbord zonder iets aan je besturingssysteem te veranderen en zonder stickers. Het resultaat legt vast welke indeling werd geëmuleerd, de deelkaart toont die, en de toetsenkaart onder de test wordt opnieuw getekend in die indeling, zodat je daar een blik op kunt werpen in plaats van op de toetsen.

Daarom worden persoonlijke records en filters in je geschiedenis ook per indeling bijgehouden. Een dag op Dvorak en een dag op QWERTY zijn verschillende gegevens, en een model voor zwakke toetsen dat ze door elkaar haalt, zou paren laten oefenen die alleen traag zijn op de indeling die je niet gebruikt.

Eén beperking waar we duidelijk over willen zijn: het logboek van toetsaanslagen kan een geëmuleerde Colemak-run niet onderscheiden van een QWERTY-run van iemand bij wie het besturingssysteem al op Colemak staat. Beide komen binnen als dezelfde reeks toetscodes. De ranglijsten scheiden indelingen nog niet, dus zie het label van een indeling op een gedeeld resultaat als eigen opgave.

Nog twee beperkingen. Er is geen emulatie voor Hindi of andere Indiase indelingen, dus voor de Hindi-typtests stel je Inscript of Unicode Remington GAIL in je besturingssysteem in, en wij lezen wat dat oplevert. Kruti Dev, dat in sommige examenaankondigingen wordt genoemd, is een verouderd lettertype zonder Unicode dat je typt met een toetsverdeling in Remington-stijl; de uitvoer is geen Unicode-Devanagari en komt dus niet overeen met onze testtekst. En de emulatie koppelt alleen losse toetsen, dus een teken dat je indeling bereikt via een combinatie met een dode toets, vraagt om die indeling in je besturingssysteem.

Wat is de beste toetsenbordindeling om te typen?

Doen je polsen of vingers pijn op QWERTY: probeer Colemak-DH een maand met emulatie, op de Colemak-DH-test, voordat je iets in je besturingssysteem verandert. De kortere afstand is echt, en binnen een paar weken weet je of je handen de voorkeur eraan geven.

Wil je sneller worden: blijf op QWERTY en besteed de maand aan het oefenplan. Herstel je vingerzetting en oefen de trage paren. De winst is groter en geldt op elk toetsenbord dat je aanraakt.

Ben je programmeur: indelingen verplaatsen ook symbolen, en Dvorak zet de haakjes en veel van de leestekens die je het meest gebruikt op een andere plek. Blind typen voor programmeurs gaat daarop in; voor code telt de plek van symbolen zwaarder dan die van letters.

Leer je het vanaf nul: dan is het een echte keuze, omdat je niets opnieuw hoeft te leren. Colemak-DH is wat wij zouden kiezen voor iemand die vandaag begint met Engels typen. We zeggen er ook, met enige spijt, bij dat QWERTY op elk geleend toetsenbord voor de rest van je leven een sterker argument is dan het klinkt.

Wat we je zouden vragen niet te doen, is overstappen omdat een screenshot van een ranglijst een Colemak-typist op 180 WPM liet zien. Die typist zou zeer waarschijnlijk ook op QWERTY snel zijn.

Veelgestelde vragen

Kan ik Colemak of Dvorak proberen zonder mijn toetsenbordinstellingen te veranderen?

Ja. De tests voor Colemak en Dvorak leggen je toetsen in de browser opnieuw vast, dus er verandert niets in je besturingssysteem.

Hoe lang duurt de overstap van QWERTY naar Colemak?

De meeste verhalen spreken van weken om een bruikbare snelheid te halen en één tot een paar maanden om terug te komen op de oude, met veel verschil tussen mensen.

Blijven bij Colemak de sneltoetsen van QWERTY behouden?

Grotendeels. Z, X, C en V blijven op hun plek, dus ongedaan maken, knippen, kopiëren en plakken verschuiven niet. Dvorak verplaatst ze wel.

Bronnen